Raoul du Pré en Jan De Meulemeester: ‘Fake news pak je aan met feiten, feiten, feiten’

Polariserende politici rukken op. Ze gebruiken sociale media om zelf ongefilterd nieuws te delen en klassieke media aan te vallen. Hoe gaan politiek journalisten Raoul du Pré (de Volkskrant) en Jan De Meulemeester (VTM Nieuws) daarmee om?

Interview: Isolde Van Den Eynde
Foto’s: No Candy

Mag een kwaliteitskrant een persoonlijk interview met Thierry Baudet brengen in het zaterdagse magazine – mét glamoureuze foto’s? Hoe het ging: een gelauwerde interviewster fileerde de psychologie van de rechtse politicus. Ze liet hem zien zoals hij is: een poseur. Maar de leider van de rechtse partij Forum voor Democratie (FVD) kreeg amper kritische politieke vragen voorgeschoteld en het publiek reageerde verontwaardigd. De psychologische ontmaskering van Baudet als een megalomane en ijdele man bleek voor veel lezers te subtiel.

‘Als zoveel lezers niet begrijpen wat je blootlegt tijdens zo’n interview, dan moet je je afvragen of je het goed hebt gedaan’, zegt Raoul du Pré (43), chef politiek van de Volkskrant. Hij vond het zelf een goed interview, maar ‘zou het op die manier niet opnieuw doen.’

De affaire-Baudet stemt tot nadenken. Niet alleen in Nederland drukken polemische politici hun stempel op het maatschappelijke debat. VTM-journalist Jan De Meulemeester (37) krijgt ze ook voor zijn microfoon aan de Wetstraat in Brussel.

Moet je polemische politici kritischer aanpakken dan politici die meer nuance leggen in hun retoriek?

Jan: ‘Je moet iedereen even kritisch aanpakken. Voor alle politici geldt dezelfde maatstaf. Maar als je voor een populist staat, moet je sterker in je schoenen staan. Wat hij of zij zegt is zeer beladen en zorgt voor felle reacties bij het publiek. Jij staat er als journalist tussen, als een soort spelverdeler.’

Raoul: ‘Voor een deel van de lezers ben je nooit hard genoeg, voor een ander deel pak je politici altijd te hard aan.’

Jan: ‘Margaret Thatcher zei: When you stand in the middle of the road, you get hit by both sides. Zo zal het altijd zijn. Het is de vloek van ons vak.’

Sommige lezers vinden dat je populisten moet negeren en een cordon sanitaire moet optrekken, zoals destijds bij het Vlaams Blok in België. Hoe kijken jullie daar naar?

Raoul: ‘Dat vind ik geen goed idee. Sommige media in Vlaanderen gaven het Vlaams Blok destijds geen aandacht. Net zoals dat in Nederland gebeurde met Hans Janmaat van de Centrum Democraten. Als er al over hem werd geschreven, was het negatief. Intussen is er wel consensus dat Nederlandse media dat verkeerd hebben aangepakt. Janmaat zette bepaalde thema’s op de agenda en daar moet je over schrijven. Nieuwsgierigheid is onze belangrijkste drijfveer. En vanuit die nieuwsgierigheid kun je nooit pleiten voor een cordon sanitaire. Bovendien getuigt het van een rare blik op je lezerspubliek: alsof lezers niet volwassen genoeg zijn om zelf te bepalen hoe ze over onderwerpen denken.’

Jan: ‘Het is een vorm van zonlicht ontkennen. In de jaren negentig haalde het Vlaams Blok twintig procent van de stemmen in Vlaanderen. En dan moeten wij als alwijze pers doen alsof ze niet bestaan? Daarmee zeg je dat de democratie een groot goed is, maar alleen zolang ze in ons eigen kader past.’

Hoe ver reikt je maatschappelijke plicht als journalist?

Jan: ‘Je moet correcte, eerlijke en kritische vragen stellen. Wie ijdel genoeg is om een cordon te overwegen, moet genoeg tegenargumenten klaar hebben in een interview. Als wij zeggen dat iemand een populist is – uiteindelijk is dit een predicaat dat wij politici toedichten – moeten wij de foute argumenten kunnen doorprikken.’

Raoul: ‘Wij hebben Geert Wilders verschillende keren geïnterviewd. Hij kreeg ook toegang tot onze opiniepagina’s. En zie, het land is nog steeds niet vergaan en Wilders is nog steeds niet aan de macht. Ik heb een groot geloof in een democratisch evenwicht. Ik ben niet zo angstig aangelegd. Maar je voelt die angst opnieuw opduiken nu het Forum voor Democratie de nieuwe ster aan het rechtse firmament is. Ons systeem kent genoeg schokbrekers waardoor je die politici ook in klassieke media aan bod kunt laten komen.’

Vaak zijn polariserende politici intrigerende interviewees. Journalisten in Amerika bekennen dat ze hun werk leuker vinden dankzij de opkomst van Donald Trump. Wat zegt dat over ons als journalisten?

Jan: ‘Populisten zijn mensen die uit de evidentie stappen. Ze kijken naar problemen op een originele manier – of je er nu voor of tegen bent. Als we over polariserende politici praten, gaat het vaak over rechtse populisten. En die gooien de zaken om, durven dat ook te doen. Ik pleit daar niet voor, maar soms zeggen ze zinnige dingen. Platte toogpraat brengen we niet. Maar als iemand een goed onderbouwd verhaal brengt dat zaken op z’n kop zet en veel mensen hebben daar oren naar, dan kan ik er gefascineerd naar luisteren.’

In kranten denken we goed na op welke pagina we een interview met controversiële politici plaatsen. We brengen hiërarchie aan, maar online is dat lastig. Hoe gaan jullie daar mee om?

Raoul: ‘We zetten een artikel of interview met hen vaak bewust wat dieper in de krant, maar online hebben we de neiging figuren zoals Wilders groot uit te spelen. We hebben dat met de online redactie besproken en gevraagd om het iets rustiger aan te doen. Maar de richtlijnen liggen niet vast: je voert een directe concurrentiestrijd met alle andere nieuwssites. Bij ons zijn we wat rustiger geworden. Er zit ook iets tegenstrijdigs in: online spelen we deze figuren flink uit en tegelijk willen ze ons niet spreken. Wilders doet alsof de Volkskrant niet meer bestaat.’
Veel populisten delen deze werkwijze: ze communiceren via eigen kanalen. Grote interviews geven ze soms nog wel, maar een kritisch stuk is al snel ‘fake news’.

Raoul: ‘Wilders spreekt nog met weinig kranten. Met als gevolg dat ze minder over hem schrijven. Je zou denken: vervelend voor hem. Maar ik denk niet dat hij er wakker van ligt. Hij heeft 950.000 volgers op Twitter.’

Is dat niet het probleem? Ze vallen ons aan op eigen kanalen en roepen dat we fake news brengen, leugens verspreiden en hen uit ideologie tegenwerken.

Raoul: ‘Dit kun je alleen maar bestrijden door je werk te doen. De New York Times en de Washington Post maken hetzelfde mee met de Amerikaanse president Donald Trump. Ze hebben overtuigend hun werk gedaan en veel nieuws onthuld.’

Jan: ‘Het zal journalisten des te meer aansporen om op scherp te staan en het tegendeel te bewijzen. We moeten er voor zorgen dat we ze geen munitie geven.’

Sla je terug als politici je aanvallen op hun kanalen?

Raoul: ‘Als ik word aangevallen, dan sla ik terug met feiten. Verder ben ik er immuun voor. Als de reactie fors is, denk ik: het zit goed, het doet pijn. Maar als de feiten niet kloppen, heb je een probleem. En pas dan word ik onzeker.’

Jan: ‘In de politiek hoor je vaak het gezegde: If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen. Dat geldt ook voor politiek journalisten. Als je op je donder krijgt omdat je je werk goed doet, is er weinig aan de hand. Het is een spel van intimidatie en ego’s. Daar moet je als journalist tegen bestand zijn. Maar als de feiten niet kloppen, geef ik mezelf een bolwassing. Want hoe kan je het verschil maken met alle onzin op sociale media? Hoe kan het ‘merk’ journalist overleven? Door een kwaliteitslabel te zijn. Wat jij aan informatie geeft, moet kloppen.’

VTM Nieuws kreeg onlangs het verwijt de N-VA van Bart De Wever te helpen. Toen de socialistische partij sp.a haar Antwerpse lijsttrekker Jinnih Beels voorstelde, brachten jullie het nieuws dat er een gerechtelijk onderzoek loopt naar haar voorganger. Kon geen toeval zijn, klonk het. Waarop jullie de werkwijze onthulden.

Jan: ‘Ik denk dat we in deze democratische tijden – want ik ben ook een optimist – veel meer open kaart moeten spelen. Dat kan een video zijn van hoe je redactie eruitziet tot hoe een gesprek of nieuws tot stand kwam. In dit verhaal was vooral het toeval nieuws. De vraag werd gesteld of het lek van een vijandige partij kwam? Dat was niet zo. En dus vonden we dat we onze methode uit de doeken moesten doen. Het nieuws kwam via uitstekende research van een collega-journalist.’

Heb je eraan gedacht om het nieuws uit te stellen?

Jan: ‘Neen. Nieuws is nieuws: dat breng je meteen. Nieuws niet brengen omdat het een politieke partij slecht uitkomt zou pas geëngageerde journalistiek zijn. Dat nieuws heeft de sp.a schade opgeleverd, maar die rekening is niet voor ons.’

Om de zin en onzin aan informatie op sociale media te controleren, brengen media geregeld factcheck-verhalen. In de woorden van een polariserend politicus: ‘Wat willen jullie: meer of minder?’

Jan: ‘Ik zie graag meer harde feiten in onze verslaggeving. Er is zoveel nieuws, maar ik mis vaak de banale informatie.’

Raoul: ‘Ik ben voorstander van deze factcheck-verhalen. Er is echt een publiek voor want die stukken worden ontzettend goed gelezen. Mensen waarderen het als je een gids bent in de stroom informatie die op ze afkomt. Ook dit vertrekt vanuit pure nieuwsgierigheid, willen weten hoe de wereld in elkaar zit. Onlangs hebben we een interessant experiment gedaan: tijdens een televisiedebat controleerden we live de feiten, in plaats van het debat gewoon via een liveblog te brengen.’

Dat vraagt om mankracht en expertise van een redactie.

Raoul: ‘Klopt. Maar we waren ook goed voorbereid. Onze financiële man had alle berekeningen van het Centraal Planbureau van de verkiezingsprogramma’s voor zich liggen. Hij wist precies waar alles stond zodat hij erg snel de informatie kon opzoeken. We hebben daar heel veel lezers mee bereikt.’

Jan: ‘Bij fake news moeten wij de ambassadeurs zijn van de burgers. Als Theo Francken (Belgisch staatssecretaris voor Asiel en Migratie voor N-VA) een post plaatst op Facebook met een foto van een Boeing 747 en zegt hoeveel criminele illegalen hij terugstuurt, dan is dat polariserend. Alsof we die mensen elke dag met zulke Boeings terugsturen. Maar evenmin klopt het als Groen-politicus Wouter De Vriendt zegt dat we in dit land ‘Soedanezen terugsturen naar de folterkamers’. Daar ligt de rol van de pers: verhalen die politici spinnen tot hun ware omvang herleiden.’

Je moet nieuws meer dan vroeger ontleden. Hoe doe je dat in een tijd waarin de nieuwscyclus almaar korter wordt en journalisten op redacties steeds meer taken op zich nemen?

Jan: ‘Ik denk dat journalisten zich het best kunnen specialiseren. Een redactie wint door een financiële man, een juridische man en een politieke man in de ploeg te hebben. Daarnaast moeten redacties elke dag opnieuw de juiste keuzes maken. Je kunt op één dag geen zes politieke onderwerpen goed uitwerken als je maar met twee journalisten bent.’

Raoul: ‘Je moet ook niet altijd de snelste willen zijn. Er zijn andere media die veel sneller nieuws brengen. Ze zijn daar ook beter in dan wij. Ons doel is om voor het slimste stuk te gaan. Je moet dan scherp kiezen en je loopt risico om nieuws te missen. Dat verlies moet je durven nemen. Gelukkig kun je altijd bijsturen als je een ontwikkeling hebt onderschat. Dat is het fijne aan ons vak: elke dag is een nieuwe dag. Elke ochtend een schone lei.’

Jan is 37 jaar en woont in Antwerpen.

1999 Studeerde geschiedenis aan de KU Leuven en nadien Journalistiek aan Vlekho (nu HUB).
2005 Redacteur bij Het Nieuwsblad.
2007 Politiek journalist bij Terzake (VRT).
2013 Politiek jouranlist bij VTM Nieuws.

Raoul is 43 jaar en woont in Sint-Michielsgestel (Noord-Brabant).

1995 Studeerde aan de Academie voor Journalistiek in Tilburg.
1996 Stagiair bij de achterpagina van de Volkskrant.
1999 Politiek verslaggever bij de Volkskrant.
2004 Gouden Pen voor Schrijvend journalistiek talent van het Genootschap van Hoofdredacteuren.
2007 Chef binnenland.
2009 Correspondent Zuid-Nederland.
2010 Chef politieke redactie.

Post comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2018 Campus De Persgroep